De nieuwe voedingsdriehoek: een reden om blij te zijn?

Matthias LenaertsGezonde Voeding

Hier gaan we dan: de nieuwe voedingsdriehoek voorgesteld door het Vlaams Instituut voor Gezond Leven. Wetende dat het vorige voedingsmodel, de ‘Actieve Voedingsdriehoek’, dateert van 1997, is hij dus minstens 10 jaar te laat. Daarenboven was dit laatste model gebaseerd op tot wel 50 jaar oude bevindingen. Al die tijd werd voedingsadvies gegeven, en werden diëtisten opgeleid aan de hand van kennis uit de oertijd. Dat gezegd zijnde, nemen we een kijkje naar de nieuwe materie. Ik nam het hele achtergronddocument en de website even grondig voor jullie door. Hieronder mijn bevindingen. Zoals je zal merken, veel vooruitgang, maar ook nog tal van minpunten. Let wel dat dit stuk geschreven is vanuit mijn persoonlijk standpunt. Ik pretendeer geen goeroe te zijn en ik draag geen professorstitel. Wel tracht ik me steeds kritisch op te stellen wanneer er algemene richtlijnen worden opgesteld – en opgedrongen. Deze worden namelijk vaak gepercipieerd als de ‘absolute waarheid’, terwijl de status van de auteurs niet zomaar wil zeggen dat ze altijd gelijk hebben. Here we go.

Kritiek uit verschillende hoeken

Wie de laatste week een beetje de media gevolgd heeft, zal gemerkt hebben dat er tal van meningen gespuid zijn over het nieuwe model. Deze zijn niet allemaal even positief. Zo vraagt FEBEV zich af of het voedingsmodel overeenkomt met de huidige wetenschappelijke inzichten. BAMST beklaagt het gelijkstellen van bewerkt vlees met snoep en chips, en noemt het model overmatig simpel. FEVIA bekritiseert ondermeer het gebrek aan onderscheid in nutritionele waarde tussen verschillende voedingsmiddelen uit eenzelfde groep. Sommige specialisten – en ik eigenlijk ook – stellen zich dan weer vragen of er gelobbyd werd?

Oude en nieuwe voedingsdriehoek

De nieuwe voedingsdriehoek: The power of positive

Alleszins zijn er een aantal punten van verbetering. Het kan niet allemaal slecht zijn. Simpelweg het feit dat men probeert bij te benen met de hedendaagse voedingsinzichten, is op zich al het grootste pluspunt. We staan plots toch ongeveer een halve eeuw verder, en de nieuwe generatie voedingsdeskundigen zal niet langer zomaar worden aangeleerd dat ‘kunstmatige zoetstoffen een volkomen onschuldige suikervervanger zijn’. Godzijdank.
Bij het doorlezen van het model, zijn er toch een aantal positieve wat mij betreft.

  • In eerste instantie blijven de auteurs doorheen de brochure pleiten voor minder bewerkte voeding. Goed. Dit was al in mindere mate zo. Toch is dit een erg goed gegeven, gezien er meer en meer bewerkte voeding op de markt komt, met hoe langer hoe meer additieven: smaakmakers, verdikkingsmiddelen, bewaarmiddelen, kleurstoffen,… Allemaal zaken die we kunnen missen als de pest. Deze aanhoudende focus op zuivere, onbewerkte producten en ingrediënten is zodoende een enorm pluspunt. Doe zoveel mogelijk zelf.
  • Een tweede aandachtspunt dat ik hoog in het vaandel draag, is de aandacht voor duurzaamheid. Men geeft daar waar nodig een woordje uitleg over de ecologische voetafdruk van het product, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, of overproductie (bv overbevissing en overeten). In tijden van oververvuiling van onze planeet, bedreigde diersoorten, en afvalophoping, mag hier zeker even focus op gelegd worden. Voor mijn part hadden ze zelfs nog een hele preek mogen afsteken over verpakkingsmateriaal. Het belangrijkste is dat er aandacht voor is, en dat ook zulke nevenaspecten voortaan opgenomen kunnen worden in een gezond voedingsmodel. Onze gezondheid is immers ook afhankelijk van onze omgeving. Wat we eten en ademen, komt uit deze omgeving en kan dus maar zo gezond zijn als het milieu waarin ze geproduceerd worden. Ook de aandacht voor seizoensgroenten en peulvruchten sluit hier op aan. Thumbs up.
  • Waar het laatste model naar mijn mening al te vaak de nadruk legde op algemene theorie, worden in de nieuwe visie (soms!) ook meer praktische tips gegeven. Het gaat dan over bewaring, afwisseling, combinaties en situaties. Echter, dit mocht misschien nog net iets meer. Daar waar in bepaalde secties hints gegeven worden, ontbreken ze in andere.
  • Niet alleen industriële bewerkingen worden aangekaart, maar ook schijnbaar onschuldige bewerkingen en keuzes die we zelf maken. Bijvoorbeeld het verschil tussen fruit en fruitsap, of smoothies. Of bruin brood en ‘bruin brood’. Soms zit het hem in de details. Goed zo! Maar ook hier missen we er nog een paar. Bijvoorbeeld het verschil tussen een hard- en een zachtgekookt eitje. Spijtig.
  • ’Ten langen leste’ worden eindelijk die verdomde kunstmatige zoetstoffen in twijfel getrokken, zij het wel enigszins voorzichtig. Alsof ze er nog niet zeker van zijn. Maar, ze staan godzijdank al niet meer in de aanbevelingen.

En dan ging het mis…

Mijn frustraties – laten we het lekker dramatisch ‘frustraties’ noemen – met betrekking tot het nieuwe model hebben vooral te maken met het gebrek aan informatie, overdreven voorzichtigheid en neutraliteit ten opzichte van bepaalde onderwerpen.

  • Eerst en vooral mis ik meer praktische richtlijnen. Soms worden hoeveelheden of frequenties aangereikt waarin bepaalde voedingsmiddelen gegeten moeten/mogen worden. In de meeste gevallen ontbreken deze echter compleet. Wil dat dan zeggen dat je kapot mag eten in heel de “donkergroene groep”? Of wil het zeggen dat je met een minimum aan middelen uit deze groep toekomt? Hoeveel groenten moet je eten? Hoe groot is het stuk wit vlees best? Hoe vaak mag ik zondigen? Met relatieve termen als meer, minder, zoveel mogelijk, zo min mogelijk, grotere en kleinere hoeveelheden, is de eindconsument niets. Zeker niet als de doelstelling is het bos terug zichtbaar te maken door de bomen. Fail.
  • In de tweede plaats zijn er zeer pijnlijke punten die lichtjes genegeerd worden, mogelijk om bepaalde (machtige) partijen niet (te hard) te schofferen. Zo wordt koemelk zeer voorzichtig in twijfel getrokken, is er een minimum aan informatie over de besmetting van vis met toxische stoffen, en worden kunstmatige zoetstoffen stilletjes aan de kant gezet zonder meer. De kritiek blijft op de achtergrond. De nuttige uitleg evenzeer.
  • Het volgende punt sluit hier eveneens op aan: gebrek aan informatie daar waar nodig. Simpelweg aanbevelen de ingrediëntenlijst na te lezen, ain’t gonna cut it. Waar moet de consument dan juist op letten? Wat mag er niet inzitten? Meer info graag! Ook de terminologie is in bepaalde secties slecht gekozen. Is water met een smaakje (water met kunstmatige zoetstoffen en chemische bosbessensmaak) hetzelfde als water met een smaakje (water met citroen- en komkommerschijfjes en een blaadje munt)? Neen! Zo is ook ‘omdat ze in de restgroep horen’ niet bepaald een verzadigend antwoord. Duidelijkheid in de richtlijnen is geen overbodige luxe.
  • Lang niet alle koolhydraathoudende voedingsmiddelen moeten van mij benaderd worden vanuit de glycemische index. Deze laatste wordt door teveel factoren beïnvloed. Bij sommige is dit echter wel een noodzaak! Ik vraag me ten stelligste af waarom wit brood, suikerbrood, melkbrood, rozijnenbrood, witte pistolet in de grijze zone staan. Wit brood wordt namelijk gebruikt als referentiepunt voor het bepalen van de glycemische index, i.e. een waarde van 100. Nagenoeg zo snel opgenomen als pure suiker dus. Volgens mij is het dan best nuttig even te vermelden dat mensen wiens ontbijt bestaat uit een witte boterham met confituur evengoed een stuk speculoos in hun mond kunnen steken. Hierbij tracht ik wit brood zeker niet te demoniseren. Op zondagochtend ontmoet mijn mond van tijd ook menig witte pistolet. Maar, je schrijft wel een voedingsmodel voor miljoenen. Teleurstellend.
  • Wat betreft vegetarische voeding – en hier ben ik zelf even voorzichtig – raadt men aan eiwitcombinaties te maken. Voor zover ik weet is ook deze kennis achterhaald en wordt vastgehouden aan oude onderzoeksresultaten. Nu heeft het maken van combinaties geen negatieve impact. So what dus.
  • Het laatste grote punt van discussie: vetten. Eerste belangrijke vraag: waarom worden margarines aangeraden, en waar is de informatie over transvetzuren? Lobbywerk? Er zijn tal van andere alternatieven om dagelijks aan de aangeraden hoeveelheid gezonde vetzuren te komen, maar toch staat margarine in de groene zone? Waarom? Enerzijds wordt gepleit voor minder bewerkte voedingsmiddelen, en toch staat dit ultrabewerkte middel in de donkergroene zone. Waarom? Waarom wordt er geen aandacht besteed aan de meest schadelijk vorm van vetten? Waa-rom? Men baseert zich duidelijk nog op oude (achterhaalde) kennis over dit onderwerp. Dat wordt des te meer bevestigd door stellingen over vetconsumptie. Olijfolie om maaltijden te bereiden moet blijkbaar beperkt worden tot één eetlepel, daar waar wit brood in de grijze zone staat. De achterliggende redenering dat vetten omwille van hun hogere energetische inhoud een dikmaker zijn, zit er dus nog altijd in. Er wordt enkel rekening gehouden met de energie van het substraat en niet met de biochemische lichaamsprocessen. Je hebt niet meer nodig dan een eetlepel olijfolie om je maaltijd te bereiden, akkoord. Maar, dat je van meer dan die eetlepel een dikkertje gaat worden, is echter ook de reinste onzin. De producenten van farmaceutische vetbinders mogen weeral op twee oren slapen.
  • Hier en daar had ik nog ’t één en ’t ander’ opgeschreven, maar dit waren de punten die voor mij het meest belangrijk zijn, die het meest in het oog steken, die bijgeschaafd moeten worden als het aan mij ligt.


    Harvard Healthy Eating Pyramid en Voedingszandloper

    Conclusie

    Hoewel in eerste instantie zeer positief over de vooruitgang die werd geboekt, blijf ik op mijn honger zitten. Ik had drastischer verwacht. Door het ontbreken van informatie en een duidelijk standpunt is de nieuwe voedingsdriehoek naar mijn mening een redelijk slap afkooksel van andere modellen zoals de Harvard Healthy Eating Pyramid of de Voedingszandloper van Verburgh. We sluiten af met de woorden dan geen enkel model ooit perfect zal zijn, en dat de voedingswetenschap nooit stil zal staan.

    Deel deze post.